BricsCAD vs AutoCAD: een echt, goedkoper alternatief?
Is BricsCAD een echt alternatief voor AutoCAD, of goedkope namaak die je later opbreekt? Het eerlijke antwoord is dat BricsCAD een serieus alternatief is. Het leest en schrijft het DWG-formaat native, neemt je vertrouwde commando’s grotendeels over en kost een stuk minder, mede doordat je er nog een eenmalige, eeuwigdurende licentie voor kunt kopen in plaats van alleen een jaarabonnement. De vraag is dus niet of het kan, maar of het bij jouw werk past.
Ik heb jaren in AutoCAD getekend en later een deel van mijn werk naar BricsCAD verplaatst. Hieronder schrijf ik op wat ik daarvan geleerd heb: waar het verrassend goed ging, waar het schuurde, en op welke punten je echt moet opletten voordat je je abonnement opzegt. Geen folderpraat, maar wat er in de praktijk gebeurt als je twee tekenpakketten naast elkaar gebruikt.
Wat maakt BricsCAD een echt alternatief?
Het begint bij het bestandsformaat. BricsCAD is gebouwd rond dezelfde DWG-tekeningen die AutoCAD gebruikt, en dat is geen omweg via importeren of converteren. Je opent een DWG, je werkt erin, je slaat op als DWG. Lagen, blokken, xrefs, tekststijlen en maatvoering blijven behouden, want het is hetzelfde formaat en niet een vertaling ervan. Dat klinkt logisch, maar het is precies het punt waarop veel goedkope tekenprogramma’s stukgaan: ze kunnen een DWG openen, maar geven hem net iets anders terug dan hij binnenkwam. BricsCAD werkt op het formaat zelf, en dat merk je aan de rust waarmee je bestanden heen en weer gaan.
Het tweede wat opvalt is hoe weinig je hoeft af te leren. Er is een commandoregel, je typt LINE, TRIM, OFFSET en HATCH zoals je gewend bent, en veel sneltoetsen doen hetzelfde als in AutoCAD. Het lint en de menu’s staan op vergelijkbare plekken. Wie tien jaar in AutoCAD zit, is niet binnen tien minuten thuis in BricsCAD, maar wel binnen een middag productief. Dat is een groot verschil met overstappen naar een programma met een totaal andere logica, waar je je eigen vak opnieuw moet leren bedienen.
Ook onder de motorkap zijn de overeenkomsten groot genoeg om te tellen. BricsCAD ondersteunt LISP-routines, dus veel van de zelfgebouwde scripts en automatiseringen die tekenbureaus in de loop der jaren hebben verzameld, draaien er zonder herschrijven. Voor een bureau dat leunt op een map vol eigen routines is dat vaak de doorslaggevende vraag, en het antwoord valt hier meestal gunstig uit. Niet altijd volledig, maar genoeg om het uit te proberen in plaats van het bij voorbaat af te schrijven.
Het pakket blijft bovendien niet steken bij plat tekenen. BricsCAD kent naast tweedimensionaal werk ook echt 3D-modelleren, en er zijn versies die verder gaan tot in het gebouwontwerp. Voor de meeste mensen die dit artikel lezen is dat bijzaak, omdat de vraag hier draait om DWG-tekenen, maar het is goed om te weten dat je niet in een lichtgewicht tekentooltje stapt dat op de eerste de beste 3D-opdracht vastloopt. Wat je in AutoCAD aan tekenkracht gewend bent, vind je in BricsCAD grotendeels terug, en op sommige punten pakt het net iets anders uit, wat even wennen is maar zelden een gemis.
Het verschil dat mensen over de streep trekt: de licentie
Hier zit de kern van het hele verhaal. AutoCAD kun je alleen nog als abonnement krijgen. Je betaalt per gebruiker per jaar, en stop je met betalen, dan stopt het programma. Je huurt het gereedschap, je bezit het niet, en elk jaar komt de rekening opnieuw. Voor wie AutoCAD dagelijks intensief gebruikt, is dat te verdedigen; voor wie er af en toe een DWG mee opent, voelt het als huur voor een huis waar je twee weken per jaar slaapt.
BricsCAD biedt naast een abonnement nog iets wat Autodesk allang geschrapt heeft: een eenmalige, eeuwigdurende licentie. Je betaalt één keer, en die versie blijft van jou, ook als je jaren later nooit meer een update haalt. Dat verandert de rekensom volledig. Een abonnement is een terugkerende last die elk jaar terugkomt; een eeuwigdurende licentie is een eenmalige uitgave die zichzelf terugbetaalt zodra je hem lang genoeg gebruikt. Voor een zzp’er of een klein bureau dat niet elk jaar de nieuwste functies nodig heeft, is dat vaak het echte argument, meer nog dan de aanschafprijs zelf.
Wat betekent een eeuwigdurende licentie in de praktijk?
Het betekent dat je zelf bepaalt wanneer je upgradet in plaats van dat een verlengdatum dat voor je bepaalt. Je koopt een versie, je werkt er net zo lang mee als je wilt, en pas als een nieuwe versie iets biedt wat je echt nodig hebt, koop je die erbij. Je zit niet vast aan een jaarritme dat losstaat van je werkelijke behoefte. Het nadeel is de keerzijde daarvan: updates en nieuwe functies komen niet vanzelf, en wil je de laatste snufjes of ononderbroken ondersteuning, dan betaal je daar los voor of neem je alsnog een onderhoudsabonnement. Voor de meeste tekenaars weegt de vrijheid van bezit zwaarder dan het missen van de jaarlijkse nieuwtjes, maar dat is een afweging die je bewust moet maken en niet klakkeloos.
Concrete bedragen voor BricsCAD noem ik hier bewust niet, omdat de prijs per versie en per land verschilt en ik je geen getal wil geven dat morgen niet meer klopt. Wat wel vaststaat: de eenmalige licentie ligt fors onder wat je bij AutoCAD per jaar kwijt bent, en het abonnement van BricsCAD is doorgaans ook lager. De actuele prijs staat op de productkaart hieronder, die het bedrag rechtstreeks uit de winkel haalt en dus blijft kloppen.
| AutoCAD | BricsCAD | |
|---|---|---|
| Bestandsformaat | DWG (native) | DWG (native) |
| Bediening | Commandoregel, LISP, vertrouwd lint | Vergelijkbare commando’s, LISP-ondersteuning |
| Licentievorm | Alleen abonnement, per gebruiker per jaar | Abonnement of eenmalig eeuwigdurend |
| Prijsindicatie | € 2.203,00 per jaar (LT alleen 2D € 575,00) | Een stuk lager, ook eenmalig te koop |
| Ecosysteem en plug-ins | Zeer breed; de facto standaard | Groeit, maar niet alles is beschikbaar |
Waar BricsCAD je in de steek kan laten
Nu het eerlijke tegengeluid, want een advies dat alleen de voordelen noemt is geen advies. BricsCAD leest je tekeningen prima, maar het staat niet in het midden van de wereld zoals AutoCAD dat doet. Autodesk is decennia de standaard geweest, en een halve industrie heeft zich daaromheen gebouwd. Dat merk je zodra je werk niet op zichzelf staat maar deel uitmaakt van een keten met andere partijen.
Het duidelijkst zie je dat bij branchespecifieke gereedschappen. Veel vakgebieden gebruiken plug-ins of opzetprogramma’s die bovenop AutoCAD draaien: voor installatietechniek, wegontwerp, staalbouw of een specifieke rekenmethode. Sommige daarvan bestaan ook voor BricsCAD, andere niet, en weer andere in een uitgeklede vorm. Draait jouw werk om zo’n plug-in, dan is de vraag niet of BricsCAD goed tekent, maar of die ene tool erop werkt. Zo niet, dan is de discussie meteen voorbij, hoe goed het pakket verder ook is.
Hetzelfde geldt voor samenwerking. Als je opdrachtgever, hoofdaannemer of vaste partner erop staat dat je in AutoCAD werkt, of een uitwisselformaat verwacht dat op AutoCAD is afgestemd, dan koop je met BricsCAD een probleem dat je op elke levering opnieuw moet oplossen. In theorie is het allemaal DWG; in de praktijk kan een net iets andere versie of een niet-ondersteund object voor gedoe zorgen dat jij mag uitleggen. Dat gedoe is zelden onoverkomelijk, maar het kost tijd, en tijd is waar je de besparing juist weer inlevert.
Werkt jouw branche-plug-in ook in BricsCAD?
Dat is de vraag die je moet beantwoorden voordat je iets opzegt, en het is een vraag die je niet met een algemeen ja of nee afdoet. Maak een lijst van de gereedschappen, sjablonen en uitwisselafspraken waar je echt op leunt, en controleer ze stuk voor stuk tegen BricsCAD. Bestaat er een versie voor? Wordt hij onderhouden? Levert hij hetzelfde resultaat? Kun je een proefbestand van een vaste partner heen en weer sturen zonder dat er iets sneuvelt? Pas als die lijst groen is, is de overstap veilig. Doe je dat niet en stap je over op gevoel, dan kom je de gaten pas tegen op het moment dat een deadline dichtbij is, en dat is de duurste manier om erachter te komen.
Voor wie is BricsCAD verstandig, en voor wie niet?
Er is een groep waarvoor de keuze bijna vanzelf spreekt. Doe je vrij DWG-werk zonder dat een opdrachtgever AutoCAD voorschrijft, teken je vooral in 2D of gewoon 3D zonder exotische plug-ins, en wil je op je licentiekosten besparen, dan is BricsCAD vaak de verstandige keuze. Je houdt je vertrouwde manier van werken, je houdt je DWG-bestanden, en je ruilt een jaarlijkse huur in voor een eenmalige aankoop. Voor zzp’ers, kleine bureaus en iedereen die AutoCAD eerder incidenteel dan intensief gebruikt, is dat een besparing die je jaar op jaar terugziet.
Er is ook een groep die beter kan blijven waar ze zit. Zit je vast in een ecosysteem dat op AutoCAD is gebouwd, met plug-ins, bibliotheken, samenwerkingsafspraken of opdrachtgevers die AutoCAD als voorwaarde stellen, dan is de goedkopere licentie een schijnbesparing. Wat je op de aanschaf wint, verlies je aan wrijving bij elke uitwisseling en elk gereedschap dat net niet meedoet. Voor die situatie is AutoCAD de veilige standaard, en dat is het geld dan ook waard, hoe hoog het bedrag ook oogt.
Er zit ook een middengroep tussen die twee uitersten, en die is groter dan je zou denken. Veel tekenaars gebruiken AutoCAD voor honderd procent uit gewoonte, terwijl ze in de praktijk misschien vijf procent van de functies aanraken en nooit een AutoCAD-specifieke plug-in openen. Voor hen is de vraag niet of BricsCAD alles kan wat AutoCAD kan, want dat hoeft niet, maar of het alles kan wat zij er zelf mee doen. Dat is een veel kleinere en eerlijkere lat, en die haalt BricsCAD verrassend vaak. Wie zichzelf betrapt op “ik gebruik AutoCAD omdat ik altijd AutoCAD heb gebruikt”, hoort waarschijnlijk in deze middengroep en heeft weinig te verliezen bij een test.
Twijfel je omdat je precies op de grens zit, dan helpt het om je keuze los te trekken van gewoonte en merknaam. In welke Autodesk-software past bij jou loop ik de pakketten langs op basis van wat je werkelijk maakt, en dat is dezelfde denkoefening die je hier moet doen: niet kiezen op de naam die je het vaakst hoort, maar op je eigen praktijk. Twijfel je eerder tussen tekenen en gebouwen ontwerpen dan tussen twee tekenpakketten, dan is het verschil tussen AutoCAD en Revit een betere plek om te beginnen, want dat is een andere vraag dan deze.
Hoe test je de overstap zonder risico?
Zeg niets op voordat je het bewijs hebt geleverd op je eigen werk. De verstandige volgorde is BricsCAD naast je bestaande AutoCAD zetten en er een paar echte klussen mee draaien, geen oefentekening maar het werk waar het geld mee wordt verdiend. Open je lastigste bestanden, de tekening met de meeste xrefs, de exotische lettertypes, de zelfgebouwde blokken. Draai je eigen LISP-routines. Stuur een proeflevering naar de partner die het strengst is over formaten en vraag of alles klopt zoals het binnenkomt. Zolang dat allemaal goed gaat, weet je genoeg; gaat er iets mis, dan weet je precies waar en kun je beslissen of het een dealbreaker is.
Pas als die proef slaagt, zeg je je AutoCAD-abonnement op, en geen dag eerder. Er is geen haast bij: je abonnement loopt tot de verlengdatum, dus je hebt tijd om de overstap rustig te toetsen zonder dat je twee keer betaalt of zonder gereedschap komt te zitten. Behandel de overstap als een project met een testfase, niet als een impulsaankoop op een goede prijs, want de prijs is het makkelijke deel; de compatibiliteit met jouw specifieke werk is het deel dat over slagen of mislukken beslist.
En let bij de aankoop op de herkomst van je licentie, of je nu voor BricsCAD of AutoCAD kiest. Beide zijn genoeg geld om er een echte factuur op naam bij te willen, met een verkoper die kan uitleggen waar de licentie vandaan komt. Een sleutel van onbekende herkomst kan later worden geblokkeerd, en dan sta je zonder bewijs bij een controle. De lagere prijs blijft alleen een besparing als de licentie ook echt van jou is en dat blijft.
Slim software kopen?
Bekijk onze originele licenties met directe levering en ondersteuning.